De door God voorgeschreven begroeting in de Koran
In de Koran benadrukken verschillende verzen zowel het belang van de begroeting als de juiste wijze waarop zij gegeven moet worden. Gelovigen worden niet alleen aangespoord elkaar te begroeten, maar ook om dat te doen op de manier die door God is voorgeschreven.
Enkele verzen maken dit helder:
En wanneer men jullie met een groet begroet, groet dan op een betere manier terug of beantwoordt de groet. God rekent over alles af.
4:86
Jullie die geloven! Gaat andere huizen dan jullie eigen huizen pas binnen als jullie gevraagd hebben of het gelegen komt en hun bewoners gegroet hebben. Dat is beter voor jullie; misschien zullen jullie je laten vermanen.
24:27
De blinde treft geen blaam, de kreupele treft geen blaam en de zieke treft geen blaam noch jullie zelf als jullie in jullie [eigen] huizen eten of in de huizen van jullie vaders of in de huizen van jullie moeders of in de huizen van jullie broers of in de huizen van jullie zusters of in de huizen van jullie ooms van vaderskant of in de huizen van jullie tantes van vaderskant of in de huizen van jullie ooms van moederskant of in de huizen van jullie tantes van moederskant of waarvan jullie de sleutels bezitten of van een vriend van jullie. Het is geen overtreding voor jullie als jullie gezamenlijk eten of afzonderlijk. Wanneer jullie dus huizen binnengaan, groet dan elkaar met een gezegende en goede groet die van God komt. Zo verduidelijkt God voor jullie de tekenen; misschien zullen jullie verstandig worden.
24:61
In vers 24:61 zegt de Koran over de begroeting:
“een gezegende en goede groet die van God komt (تَحِيَّةً مِنْ عِنْدِ اللَّهِ مُبَارَكَةً طَيِّبَةً)”
Hieruit rijst een belangrijke vraag: als de begroeting werkelijk van God moet komen, wat is die begroeting dan precies?
Om dit te begrijpen, moeten we de Koran zelf studeren. In verschillende passages waar begroetingen worden genoemd: tussen gelovigen onderling, tussen de boodschappers en mensen, en bij de bewoners van de Tuin, gebruikt de Koran steeds dezelfde vormen van begroeting:
| Begroeting | Vers | Arabisch | Vertaling |
|---|---|---|---|
| سَلَامٌ عَلَيْكُمْ | 6:54 | وَإِذَا جَآءَكَ ٱلَّذِينَ يُؤْمِنُونَ بِـَٔايَٰتِنَا فَقُلْ سَلَٰمٌ عَلَيْكُمْ كَتَبَ رَبُّكُمْ عَلَىٰ نَفْسِهِ ٱلرَّحْمَةَ أَنَّهُۥ مَنْ عَمِلَ مِنكُمْ سُوٓءًۢا بِجَهَٰلَةٍ ثُمَّ تَابَ مِنۢ بَعْدِهِۦ وَأَصْلَحَ فَأَنَّهُۥ غَفُورٌ رَّحِيمٌ | En wanneer zij die in Onze tekenen geloven tot jou komen, zeg dan: "Vrede zij met jullie, jullie Heer heeft Zichzelf barmhartigheid voorgeschreven: als iemand van jullie uit onwetendheid het verkeerde doet en dan later berouw toont en het weer goedmaakt, dan is Hij vergevend en barmhartig." |
| سَلَامٌ عَلَيْكُمْ | 7:46 | وَبَيْنَهُمَا حِجَابٌ وَعَلَى ٱلْأَعْرَافِ رِجَالٌ يَعْرِفُونَ كُلًّۢا بِسِيمَىٰهُمْ وَنَادَوْا۟ أَصْحَٰبَ ٱلْجَنَّةِ أَن سَلَٰمٌ عَلَيْكُمْ لَمْ يَدْخُلُوهَا وَهُمْ يَطْمَعُونَ | Tussen beiden is er een afscheiding en op de kantelen zijn er mannen die iedereen aan hun kentekenen kennen en zij roepen hun die in de tuin thuishoren toe: "Vrede zij met jullie!" Zij zijn niet binnengegaan al begeren zij het. |
| سَلَامٌ ۚ | 10:10 | دَعْوَىٰهُمْ فِيهَا سُبْحَٰنَكَ ٱللَّهُمَّ وَتَحِيَّتُهُمْ فِيهَا سَلَٰمٌ وَءَاخِرُ دَعْوَىٰهُمْ أَنِ ٱلْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ ٱلْعَٰلَمِينَ | Hun uitroep daarin zal zijn: "U zij geprezen, o God!", hun begroeting daarin zal zijn: "Vrede" en hun slotuitroep: "Lof zij God, de Heer van de wereldbewoners." |
| سَلَامًا | 11:69 | وَلَقَدْ جَآءَتْ رُسُلُنَآ إِبْرَٰهِيمَ بِٱلْبُشْرَىٰ قَالُوا۟ سَلَٰمًا قَالَ سَلَٰمٌ فَمَا لَبِثَ أَن جَآءَ بِعِجْلٍ حَنِيذٍ | Ook waren Onze gezanten met het goede nieuws tot Ibrahiem gekomen. Zij zeiden: "Vrede!" Hij zei: "Vrede!" En het duurde niet lang of hij kwam met een geroosterd kalf. |
| سَلَامٌ عَلَيْكُمْ | 13:24 | سَلَٰمٌ عَلَيْكُم بِمَا صَبَرْتُمْ فَنِعْمَ عُقْبَى ٱلدَّارِ | Vrede zij met jullie omdat jullie geduldig hebben volhard." Dat is pas een goede uiteindelijke woning! |
| سَلَامٌ | 14:23 | وَأُدْخِلَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ جَنَّٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَا بِإِذْنِ رَبِّهِمْ تَحِيَّتُهُمْ فِيهَا سَلَٰمٌ | Zij die geloven en de deugdelijke daden doen zullen in tuinen binnengebracht worden, waar de rivieren onderdoor stromen. Zij zullen met de toestemming van hun Heer daarin altijd blijven; hun begroeting daarin zal zijn: "Vrede." |
| سَلَامًا | 15:52 | إِذْ دَخَلُوا۟ عَلَيْهِ فَقَالُوا۟ سَلَٰمًا قَالَ إِنَّا مِنكُمْ وَجِلُونَ | Toen zij bij hem binnenkwamen en zeiden:"Vrede!" Hij zei: "Wij hebben ontzag voor jullie." |
| سَلَامٌ عَلَيْكُمُ | 16:32 | ٱلَّذِينَ تَتَوَفَّىٰهُمُ ٱلْمَلَٰٓئِكَةُ طَيِّبِينَ يَقُولُونَ سَلَٰمٌ عَلَيْكُمُ ٱدْخُلُوا۟ ٱلْجَنَّةَ بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ | die door de Malaika als goede mensen worden weggenomen. Zij zeggen: "Vrede zij met jullie, gaat de tuin binnen voor wat jullie gedaan hebben." |
| سَلَامٌ عَلَيْكَ | 19:47 | قَالَ سَلَٰمٌ عَلَيْكَ سَأَسْتَغْفِرُ لَكَ رَبِّىٓ إِنَّهُۥ كَانَ بِى حَفِيًّا | Hij zei: "Vrede zij met je. Ik zal mijn Heer voor jou om vergeving vragen; Hij is voor mij welwillend. |
| سَلَامًا | 19:62 | لَّا يَسْمَعُونَ فِيهَا لَغْوًا إِلَّا سَلَٰمًا وَلَهُمْ رِزْقُهُمْ فِيهَا بُكْرَةً وَعَشِيًّا | Zij horen daarin geen onzin, maar alleen: Vrede! En voor hen is er 's ochtends en 's avonds hun levensonderhoud. |
| سَلَامًا | 25:63 | وَعِبَادُ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلَّذِينَ يَمْشُونَ عَلَى ٱلْأَرْضِ هَوْنًا وَإِذَا خَاطَبَهُمُ ٱلْجَٰهِلُونَ قَالُوا۟ سَلَٰمًا | En de dienaren van de Erbarmer zijn zij die bescheiden op de aarde rondwandelen en wanneer de onwetenden hen toespreken zeggen: "Vrede". |
| سَلَامًا | 25:75 | أُو۟لَٰٓئِكَ يُجْزَوْنَ ٱلْغُرْفَةَ بِمَا صَبَرُوا۟ وَيُلَقَّوْنَ فِيهَا تَحِيَّةً وَسَلَٰمًا | Zij zijn het die met de [feest]zaal beloond worden omdat zij geduldig volhard hebben. En men zal hen daarin met een begroeting en met "vrede" tegemoet treden. |
| سَلَامٌ عَلَيْكُمْ | 28:55 | وَإِذَا سَمِعُوا۟ ٱللَّغْوَ أَعْرَضُوا۟ عَنْهُ وَقَالُوا۟ لَنَآ أَعْمَٰلُنَا وَلَكُمْ أَعْمَٰلُكُمْ سَلَٰمٌ عَلَيْكُمْ لَا نَبْتَغِى ٱلْجَٰهِلِينَ | En wanneer zij geklets horen dan mijden zij het en zij zeggen: "Wij hebben onze daden en jullie hebben jullie daden. Vrede zij met jullie! Wij zoeken geen omgang met de onwetenden." |
| سَلَامٌ | 33:44 | تَحِيَّتُهُمْ يَوْمَ يَلْقَوْنَهُۥ سَلَٰمٌ وَأَعَدَّ لَهُمْ أَجْرًا كَرِيمًا | Hun begroeting op de dag dat zij Hem ontmoeten zal zijn: "Vrede" en voor hen is een voortreffelijk loon klaargemaakt. |
| سَلَامٌ | 36:58 | سَلَٰمٌ قَوْلًا مِّن رَّبٍّ رَّحِيمٍ | "Vrede!"is [voor hen] een [welkomst]woord dat van een barmhartige Heer komt. |
| سَلَامٌ عَلَيْكُمْ | 39:73 | وَسِيقَ ٱلَّذِينَ ٱتَّقَوْا۟ رَبَّهُمْ إِلَى ٱلْجَنَّةِ زُمَرًا حَتَّىٰٓ إِذَا جَآءُوهَا وَفُتِحَتْ أَبْوَٰبُهَا وَقَالَ لَهُمْ خَزَنَتُهَا سَلَٰمٌ عَلَيْكُمْ طِبْتُمْ فَٱدْخُلُوهَا خَٰلِدِينَ | En zij die gelovig zijn worden in horden naar de tuin gedreven en wanneer zij er komen worden haar poorten geopend en haar bewakers zeggen tot hen: "Vrede zij met jullie! Jullie zijn goed geweest, gaat er dus binnen om er altijd te blijven." |
| سَلَامٌ | 43:89 | فَٱصْفَحْ عَنْهُمْ وَقُلْ سَلَٰمٌ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ | Schenk maar geen aandacht aan hen en zeg: "Vrede". Zij zullen het weten! |
| سَلَامًا | 51:25 | إِذْ دَخَلُوا۟ عَلَيْهِ فَقَالُوا۟ سَلَٰمًا قَالَ سَلَٰمٌ قَوْمٌ مُّنكَرُونَ | Toen zij bij hem binnengingen en "Vrede" zeiden, zei hij: "Vrede, onbekende mensen." |
Samen tonen deze verzen aan dat de juiste begroetingen in de Koran uitdrukkingen van vrede zijn, met name “Salam” en “Salamun ʿalaykum”.
Opvallend is dat de Koran deze begroetingen nauwkeurig behoudt in grammaticaal correcte vormen, waarbij ze worden aangepast aan het aantal en het geslacht van de aangesprokenen.
Onjuiste begroeting en het ontstaan ervan
Tegenwoordig begroet de overgrote meerderheid van de moslims elkaar met de uitdrukking “as-salāmu ʿalaykum” (السلام عليكم, “de vrede zij met u”). Deze vorm wordt algemeen beschouwd als de standaard begroeting.
Sommigen beweren misschien dat “as-salāmu ʿalaykum” en de Koranische “salāmun ʿalaykum” in wezen hetzelfde zijn, en dat het verschil verwaarloosbaar is.
Maar de Koran toont telkens weer dat de formulering precies en zorgvuldig is.
Als de begroeting door God is voorgeschreven en de exacte woorden in de Koran zijn bewaard, waarom zou men deze dan vervangen door een andere vorm?
Oorsprong in de hadith-literatuur
De vorm “as-salāmu ʿalaykum” en de uitgebreide varianten daarvan komen niet uit de Koran, maar uit latere hadith-literatuur. Deze teksten promoten expliciet de gewijzigde formulering en maken deze standaard. Bijvoorbeeld:
Jami at-Tirmidhi 2689:
“Er kwam een man naar de Profeet (vrede zij met hem) en zei: ‘As-salāmu ʿalaykum’. Toen zei de Profeet: ‘Tien’.
Vervolgens kwam een ander en zei: ‘As-salāmu ʿalaykum wa Rahmatullāh’ (De vrede zij met u en de genade van Allah). Toen zei de Profeet (vrede zij met hem): ‘Twintig’.
Toen kwam een ander en zei: ‘As-salāmu ʿalaykum wa Rahmatullāhi wa Barakātuh’ (De vrede zij met u, en de genade van Allah, en Zijn zegeningen). Toen zei de Profeet (vrede zij met hem): ‘Dertig’.”
Jami Al Tirmidhi 2721
“…Wanneer een man zijn moslimbroeder ontmoet, dan moet hij zeggen: ‘As-salāmu ʿalaykum wa Rahmatullāhi wa Barakātuh’ (De vrede zij met u, en de genade van Allah, en Zijn zegeningen)…”
Jami Al Tirmidhi 2875
“…Toen wendde hij zich tot de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en zei: ‘As-salāmu ʿalaykum, O boodschapper van Allah!’. De boodschapper van Allah zei: ‘Wa ʿalaykum as-salām’.”
Deze hadith tonen dat de begroeting die tegenwoordig veel gebruikt wordt, niet uit de Koran zelf komt, maar uit latere overleveringen waarin de begroeting werd veranderd en uitgebreid.
Wat nu algemeen wordt beschouwd als de “islamitische begroeting” is dus een ontwikkeling buiten de Koran, en niet de exacte vorm die door God is geopenbaard.
Volg de verzen van God
De Koran herinnert de gelovigen herhaaldelijk eraan dat religieuze leiding uit de door God geopenbaarde verzen moet worden gehaald. Het vraagt:
Dat zijn Gods tekenen. Wij lezen ze aan jou in waarheid voor. Aan welk hadith zullen zij dan na [dat van] God en Zijn tekenen nog geloven?45:6
Wanneer de Koran een woord of praktijk duidelijk heeft vastgesteld, is elk alternatief een openlijke daad van ongehoorzaamheid. Vanuit een puur Koranisch perspectief is het wijzigen van woorden die God heeft geopenbaard, zoals de begroeting, volstrekt onrechtvaardig; het is het bevel van God negeren en zich afkeren van de leiding die Hij met zorg heeft bewaard.
Hoe ga je deze vraag van de Koran echt beantwoorden: “Ik volg Bukhari of Jami at-Tirmidhi in plaats van de Koran”? Wie volg je dan werkelijk: de geopenbaarde woorden van God, of de woorden van mensen?
Waarschuwing tegen veranderde begroetingen
De ernst van het afwijken van de door God voorgeschreven begroeting wordt duidelijk in 58:8
Heb jij dan niet gezien naar hen aan wie het verboden was vertrouwelijke gesprekken te voeren en die dan terugkeren tot wat hun verboden was en dat zij vertrouwelijke gesprekken houden over zonde, overtreding en ongehoorzaamheid aan de gezant? En als jij bij hen komt groeten zij jou zoals God jou niet groet en zij zeggen bij zichzelf: "Als God ons maar niet bestraft voor wat wij zeggen." Voor hen is de hel goed genoeg, waarin zij zullen braden en dat is pas een slechte bestemming! 58:8
Hier beschrijft de Koran direct mensen die bewust een begroeting gebruiken die anders is dan de door God toegestane.
De boodschap is onmiskenbaar: het veranderen van de door God gegeven begroeting wordt niet gezien als een onschuldige variatie in woorden of stijl, maar als een betekenisvolle afwijking van de geopenbaarde leiding.